Ow ik weet het nog zo goed. Valentijnsdag op de middelbare school. Je kon een roos kopen, anoniem je naam op een kaartje zetten en deze door wat ouderejaars laten bezorgen in de klas waar je liefje zat. Ieder jaar van de middelbare school zei ik stoer: ‘Wat ontzettend suf en stom.’ Maar ondertussen hield ik nauwlettend die rozendragers in de gaten. Maar zoals ieder jaar ontving ik niks.
Valentijnsdag, nu vind ik het leuk. Ik heb een geweldige man die naast lief ook nog heel attent is. Ik ben in mijn huwelijk nog nooit een roos tekort gekomen. Maar toch kan ik me nog wel terughalen hoe het voelde als andere meisjes wel een roos kregen en ik niks. Of hoe het voelde om naar de brievenbus te gaan na school met de gedachte ‘een kaartje, is ook veel persoonlijker’ maar toch weer teleurgesteld met het sleuteltje in mijn handen te staan.
Wat ben ik stiekem een hopeloze romanticus. Vraag me naar mijn lievelingsfilm en ik antwoord met ‘The Notebook’. Vraag me bij welke film ik als laatste bij heb gehuild en ik geef je ‘The Titanic’. Maar ondanks al die hartstocht in mij, dat kwetsbare wat er niet van die puber uit mocht, nam het stoere in mij de overhand om maar niet afgewezen te worden. Wat had ik toch een kaartjes kunnen ontvangen als ik mijn tederheid wat meer kon laten spreken, toen al. Maar daar was ik niet dapper genoeg voor. Ik bleef wel die stoere chick.
Kon ik maar tegen dat meisje zeggen dat alles goed komt. Dat geduld een schone zaak is en dat je droomman nog even op zich laat wachten. Maar zo is het met alles: goed werk heeft tijd nodig. Ik was 26 toen ik mij nooit meer eenzaam voelde. Toen de rest van mijn leven begon en ik mij kwetsbaar durfde op te stellen. Misschien kunnen we het voor onze dochter milder maken, die eenzame jaren in de pubertijd. Papa zal je vast een valentijnskaartje sturen, tot de ware zich aandient, mag je de mijne lenen.